Wie is God?

Wie is God?

Het onderstaande eerste gedeelte heb ik uit deel 1 van de studieboeken van Cees Visser gehaald. Ik heb daar een aantal hoofdgedachten uitgehaald. Wil je meer weten dan raad ik deze studieboeken aan. (Boek: de schepping van de mens – hfdst 1:1)

God in het begin:

Nadenkend over het allereerste begin komen we bij God. Paulus schrijft in Romeinen 11:36: Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, alles heeft in Hem zijn doel. De NBG zegt: Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid. In 1 Korintiërs 8:6 schrijft Paulus: Wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd. Uit God is alles voortgekomen.

God is de Schepper:

God, de Schepper en Formeerder van al wat is, heeft zélf geen begin en geen einde: Hij ‘is’. Hij groeit niet. Hij is de Eeuwige, de Onveranderlijke. Hij draagt alle dingen, staat volledig op Zichzelf en steunt op niets of niemand. God is God: de ‘IK BEN’ (Ex.3:14 NBG), de ‘Bestaande’.

Zo proberen we te omschrijven wat we bedoelen. Daarmee komen we bij de grenzen van ons voorstellingsvermogen. Toch kan iedereen begrijpen dat er iets of iemand is waarop alles is gebaseerd. Er moet een absolute grond van alles zijn. Zo doordenkend komen we steeds meer onder de indruk van de enorme grootheid en verhevenheid van God. Woorden schieten te kort om Hem te beschrijven. ( nog verder uitwerken)

JHWH – De grondtekst noemt God JHWH. Deze (enige) eigennaam van God in de Schrift is gerelateerd aan het Hebreeuwse werkwoord ‘zijn’: Ik ben er. Ik zal er zijn. Ik ben er altijd geweest. Ik zal er altijd zijn. Ik zal er zijn zoals Ik er ben. Ik ben aanwezig, Ik werk, Ik doe …

De Canisiusvertaling en de Willibrordvertaling van 1978 laten de Godsnaam onvertaald: Jahweh – de meest waarschijnlijke uitspraak van JHWH. De Naardense Bijbel vertaalt: de ENE. De Joden spreken de Godsnaam niet uit. Zij lezen Adonai (‘Heer), uit ontzag voor God. Daarom vervangen de meeste bijbelvertalingen JHWH door de aanspreektitel ‘Heer’. Je ziet dan kleinkapitalen. Er staat HEER in plaats van Heer. Hiermee geven zij aan: hier staat de Godsnaam.

De Hebreeuwse naam JHWH vind je alleen in de grondtekst van het Oude Testament. In het Nieuwe Testament vinden we de Griekse ‘namen’ voor God en Heer: Theos en Kurios.

God alleen – Was er in het begin al een hemel? Nee. De bijbel zegt: In het begin schiep God de hemel (Gen.1:1). God riep de hemel tot aanzijn. De Naardense Bijbel zegt: Sinds het begin is God schepper, van de hemelen en de aarde.

Daarvoor – in de eeuwigheid vóór die tijd – was er geen hemel. Er was ‘niets’. Alleen God zélf was er.

Was er nog iemand naast God? Een medeschepper of medewerker? Nee. De bijbel is duidelijk: Zo zegt de HEER, uw Verlosser, en uw Formeerder van de moederschoot aan: Ik ben de HEER, die alles gemaakt heb; die de hemel heb uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht (Jes.44:24 NBG).

Op andere plaatsen profeteert Jesaja: Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder, de HEER van de hemelse machten: Ik ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten Mij (Jes.44:6). Ik ben het die de aarde maakte en de mens op aarde schiep; mijn handen hebben de hemel uitgespannen, Ik riep het sterrenleger tevoorschijn (Jes.45:12).

Nehemia 9:6 vult aan: U alleen bent de HEER, U hebt de hemel gemaakt, de hoogste hemel en alle hemellichamen, de aarde en de zeeën met alles wat daar leeft. U geeft aan alles het leven, voor U buigen de hemelse machten. Gij, Jahweh, Gij alleen hebt de hemel gemaakt, de hemel der hemelen met heel zijn heir, de aarde met al wat er op is, de zeeën met alles erin (Can).

In den beginne is er niemand naast God. Is er niets buiten God. In die situatie ontstaat het begin van alle dingen.

Het woord – Kunnen we een begin aanwijzen? Ja: in God zelf, in zijn hart, in de ‘diepten van God’ (naar 1Kor.2:10). Johannes schrijft: In het begin was het woord, het woord was bij God en het woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat (Joh.1:1-3). Alle dingen zijn door het woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is (NBG).

Het begin van alle dingen ligt besloten in het ‘woord’ dat van den beginne bij God is. In die allesomvattende gedachte in Gods hart. God koestert een plan, een voornemen – de bijbel spreekt over ‘het voornemen des HEREN’ (Jes.53:10b NBG). De inhoud hiervan blijkt als God spreekt, zijn plan uitvoert, gestalte geeft aan zijn voornemen. Dan komt het ‘woord’ – dat als onuitgesproken gedachte bij God was en is – naar voren in uitgesproken woorden en ingezette daden.

God spreekt en handelt vanuit dit ‘woord’, vanuit zijn logos (Gr). Hij doet dat vanaf het begin tot op de dag van vandaag. In volle zekerheid en met een volkomen overzicht. Hij blijft vanuit dit ‘woord’ spreken en handelen totdat zijn plan volvoerd is. Totdat zijn voornemen de volledige vervulling bereikt.

Johannes heeft visie op het begin van alle dingen. Hij heeft inzicht in Gods waarheid en werkelijkheid. Hij denkt en leeft vanuit Gods woord, en richt zich op het vervullen van Gods eeuwig voornemen. Als apostel van Jezus bouwt hij zijn evangelie op vanuit deze visie op God en zijn plan. Dat zie je in de aanhef van zijn evangelie én in zijn brieven: Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het woord dat leven is (1Joh.1:1).

In veel christelijke overtuigingen wordt Jezus vergeleken met dit woord. Vanuit die gedachte is dan ook de pré-existentieleer ontstaan/bedacht. Het evangelie van Johannes wordt hierin vaak als uitleg gebruikt.

De wijsheid
Ook op een andere plaats spreekt de bijbel over het begin van alle dingen: De HEER heeft mij tot aanzijn geroepen als het begin van zijn wegen, voor zijn werken van ouds af. Ik ben in het begin gemaakt, nog voor alles er was, nog voor de aarde vorm kreeg. Ik was erbij toen hij de hemel zijn plaats gaf (uit Spr.8:22-27 NBG/NBV).

De Spreukendichter bezingt Gods wijsheid, zijn chokma (Hbr). Bij God aanwezig als bron van vreugde, als ‘troetelkind’ (vs.30 NBV/NBG). Dit loopt parallel aan de gedachte uit Johannes 1. Evenals het woord bevat de wijsheid het totaal van Gods plannen en bedoelingen. Door de logos laat God alle dingen ontstaan (Joh.1:3). Door de chokma bereidt Jahweh de hemel, maakt Hij de eerste stofdeeltjes der wereld en bepaalt Hij de grondslagen der aarde (Spr.8:26, 27, 29 NBG). Door wijsheid grondt de HEER de aarde, door verstand stelt Hij de hemel vast (Spr.3:19 NBG).

De psalmist belijdt: Hoe talrijk zijn uw werken, HEER. Alles hebt U met wijsheid gemaakt (Ps.104:24). Paulus roept uit: O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen (Rom.11:33-36 NBG).

De bijbel is eenduidig. Oude en Nieuwe Testament spreken over het begin van alle dingen. Over wat in den beginne in en bij God is.

Gods werk is niet te keren

Het vindt zijn voltooiing, wat er ook gebeurt en wie er ook tegen ingaat. Dat blijkt uit alles wat er na de schepping van hemel en aarde in het leven van de mens(heid) gebeurt. Uit wat de bijbel meedeelt over de voleinding van Gods plan met mensen. Uiteindelijk zal alles zijn zoals Hij bedoelt.

In Jesaja 46 staat: Ik ben God, er is geen ander, Ik ben God, niemand is aan Mij gelijk. Die in het begin al het einde aankondigt en lang tevoren wat nog gebeuren moet. Die zegt: Wat Ik besluit, wordt van kracht, en alles wat Ik wil, breng Ik ten uitvoer (vs.9-10).

Het is goed dit voor ogen te houden. Nader God met eerbied en ontzag en aanbid Hem. Vind voor eigen leven een vaste basis. Verbonden met Hem kunnen wij vanuit diezelfde rust en zekerheid, met hetzelfde geloof en vertrouwen meewerken aan het realiseren van zijn plan. Gods werk komt tot voltooiing in ons leven. Zijn werk is niet te keren.

God is enkel liefde

Tijdens een bezoek aan het openluchtmuseum in Arnhem in april 2017 bezochten we ook het hervormde kerkgebouw dat daar vanuit ergens in Nederland was neergezet. Toen we deze kerk binnen liepen viel het mij op dat de kerkzaal erg licht was. Er was veel wit gemaakt. Op de achterzijde van de kerkzaal, boven en naast de preekstoel stonden drie teksten op de wand geschreven. Teksten die spraken over Gods liefde.

DSC_0025

De middelste tekst is over God, de linker over Jezus en de rechter gaat over ons. Een mooi stuk evangelisatie in dat museum. Honderdduizenden mensen per jaar zullen dit lezen.

(  Lucas 6: 35-38) Naardense vertaling:

35. Nee, hebt uw vijanden lief!- doet goed en leent uit zonder hoop op iets terug; 
dan zal uw loon groot zijn en zult ge wezen: zonen van de Allerhoogste, 
omdat hij goedertieren is jegens de genadelozen en bozen! 36. Wordt barmhartig
zoals uw Vader barmhartig is! 37. Oordeelt niet,- dat ge niet zult wórden geoordeeld;
vonnist niet,- dat ge niet zult worden gevonnist; laat los,- dat ge losgelaten zult worden!- 38. geeft,- en aan u zal gegeven worden; een mooie maat, aangedrukt, geschud en overvloeiend, zullen ze u in de schoot geven, want met de maat waarmee gij meet
zal aan u worden toegemeten!

—————————————————— & ———————————————————-

God is één, en enkel goed!

God is enkel goed…In hem is geen kwaad of verdeeldheid. 1 Johannes 1:5-10 ( NBG  1951)

5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. 6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; 7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander;

Brengt God verdeeldheid tussen christenen?
…In hem is geen kwaad of verdeeldheid!

Al een aantal jaren lees ik de bijbel chronologisch van Genesis naar Openbaring en dan weer opnieuw. Het grootste gedeelte van de Bijbel is het oude testament. Meer boeken, meer verhalen, meer pagina’s. Er zijn verhalen die in meerdere boeken zijn beschreven. Ik vind dat het oude testament en nieuwe testament bij elkaar horen. Onlosmakelijk.

Op een andere pagina in deze website heb ik staan dat Jezus mij het beste en helderste zicht op God, de schepper van hemel en aarde, Zijn hemelse Vader geeft. Ik kijk dan ook door Jezus ogen naar God. Een voorwaarde is dan wel dat ik Jezus ken. Een relatie met Hem heb.

Toen ik in Genesis 1 vers 1 begon had ik een potlood en een markerstift klaar liggen. Voor alle teksten die ik las waar ik een vraag over had of meer van wilde weten, zette ik een gele stip met de opmerking: grondtekst? erbij. Ik ging niet gelijk zoeken. Zo las ik voor de eerste keer de Bijbel door. Je begrijpt, er kwamen veel stippen 😉

Veel van die stippen staan bij tekst passages met woorden en zinnen als: God verdelgde, Gods toorn, of een boze geest des Heren, of dan zal de Here slaan etc. Allemaal termen die duiden op een wraakzuchtige, vernietigende God.

Voor mij is 1 ding duidelijk. De mens kiest zelf!! God kan niet zijn waar duisternis is. Stappen wij uit Gods nabijheid in de duisternis dan valt Gods bescherming weg. God kan wel ingrijpen, dat geloof ik wel, maar de keuze van de mens is bepalend.

Kijk ik dus naar Jezus dan zie ik een liefhebbende, barmhartige, vreedzame, rechtvaardige, liefdevolle, geduldige en genadige zoon van God. Jezus zegt zelf dat wie mij, Jezus, heeft gezien, heeft God de Vader gezien. Geloof ik daarom niet wat er in het oude testament geschreven staat over God? In veel gevallen zal m.i. niet God degene zijn geweest die heeft vernietigd, maar de satan. Gods tegenstander. In het oude testament lees je niet vaak over de satan. Zou dan die hele tijd geslapen hebben? Of met vakantie zijn geweest? Nee natuurlijk niet. Vanaf de schepping af is hij de tegenstander van God en doet er alles aan om het plan van God met de mens(heid) te doen mislukken. Ik geloof dat veel wat is toegeschreven aan God door de satan is bewerkstelligd, omdat de mens er zelf voor koos om uit Gods bescherming te stappen. Satan was in het oude testament al continu bezig om God te dwarsbomen.

De schrijvers van het oude testament konden in de geestelijke wereld lang niet alles zo duidelijk onderkennen als wij dat zouden kunnen. Ze keken als door een sluier, een wazig raam. Door het werk van Jezus Christus is Gods Geest, de Trooster, beschikbaar geworden voor de wedergeboren christen. Door gedoopt te mogen zijn in die Geest krijgen wij meer en helderder zicht op het plan van God, op Zijn tegenstander en op onszelf en onze strijd met die tegenstander, die ons vaak dwarsboomt.

Er zijn teksten gemarkeerd door mij die anders vertaald zijn in bijvoorbeeld de Naardense vertaling. Die vertaling staat dichter bij de grondtekst. Soms kom ik dan tot vele mooiere, diepere uitleg van hetgeen geschreven. die uitleg past ook veel meer bij mijn Godsbeeld, het beeld dat Jezus mij voorleeft.

1 Johannes 1:5-10 ( NBG  1951)

5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. 6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; 7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander;

1 Johannes 4:8
Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. 

Als ik met mensen, vaak christelijke mensen, spreek over dat God enkel goed is, in Hem  geen kwaad is, of God straft niet maar is wel rechtvaardig, komt het gesprek vaak op gedeeltes uit het oude testament waar staat dat Gods toorn ontbrandde, dat God vernietigde etc. etc. Dat staat er inderdaad ook. Soms als je zoekt in de verschillende vertalingen zijn er wel verschillende woorden vermeld.

Zelf ben ik overtuigd van het volgende:

Toen ik begon met het schrijven van dit stukje opende ik willekeurig de bijbel. De NBG 1951 vertaling. Ik heb deze vertaling al eens doorgelezen van begin tot en met het einde. Bij iedere tekst die mij opviel over de toorn van God, de vernietigende God, de gramschap des Heren etc. heb ik een gele stip neergezet. En er de woorden: “grondtekst” naast geschreven. Daar wil ik nog eens extra naar kijken.

De pagina die openviel was bij het hoofdstuk 2 Kronieken 24 en 25. Er stond een gele stip bij hfd. 25 vers 15 en 16. Amasja keert terug van het verslaan der Edomieten. Hij heeft de goden van de Seïrieten meegenomen, stelt ze voor hem op, boog zich en ontstak offers voor hen. Gods toorn ontstak en Hij stuurde een profeet om hem hier op te wijzen. Amasja luister niet naar de profeet en veroordeelt hem zelfs.  vers 16: Toen hield de profeet op en zeide: Ik bemerk, dat God besloten heeft u in het verderf te storten; omdat gij dit doet en niet naar mijn raad luistert. 

Dit is een opmerking van de profeet. Hij zegt: ik bemerk…   De profeten waren mensen die als een soort “spreekbuis” van God waren. Ze leefden vaak in afzondering en probeerden zo dicht mogelijk bij en met God te leven. Zij zagen God, volgens mij, anders dan dat Jezus God, Zijn vader, zag. God gebruikte ze vaak om het volk te waarschuwen, te roepen om terug te keren naar Hem of om juist bij Hem te blijven. Het volk en vele leiders keerden zich vaak om van God en volgde de afgoden en afgoderij. Tot groot verdriet van God.

Wat is God geduldig geweest, en is Hij nog steeds met jou, met mij, met ons!

Hoofdstuk 24 van 2 Kronieken geeft in vers 20 en 21 een duidelijk antwoord ( een hoofdstuk eerder). Het gaat over Zekarja, de zoon van de priester Jojada. Daar staat dat Gods Geest hem vervulde. In de Naardense vertaling staat: de Geest van God Jojada heeft overkleed.  Dat vind ik mooier aangezien Jezus pas de eerste is die vervuld is met Gods Geest en dit bovengenoemde voor Zijn tijd was. Dus God doet als het ware een kleed van Zijn aanwezigheid over Jojada heen.

Jojada zegt tot het volk dat in vers 18: het huis van de Here, de God hunner vaderen, verlieten en de gewijde palen en de afgodsbeelden dienden…

Hij zegt dus tot het volk: Zo zegt God: waarom overtreed gij de geboden des Heren en wilt gij niet voorspoedig zijn? Omdat gij Hem verlaten hebt, heeft Hij u verlaten.

Deze uitspraak kost Zekarja zijn leven. Hij wordt door de mensen gestenigd en sterft.

Wat wil ik hiermee zeggen? Als wij God verlaten, dan verlaat Hij ons. Hij kan dan niet meer bij ons zijn omdat wij duisternis liever hebben dan licht. Straft God dan? Ik denk dat wij als mens zelf kiezen voor onze straf, onze “vernietiging” als wij weg gaan bij God. Vernietiging is m.i. geestelijk dood. Afgescheiden van God en Jezus en van het eeuwige leven in Gods koninkrijk.

Nog een bijbeltekst die afgelopen week las. In genesis 38 gaat het over Juda, de zoon van Jakob.  vs 7: De eerstgeborene van Juda wekte het misnoegen de Heren op, en de Here doodde hem. Dit staat inde NBG vertaling. In vers 11 gaat het over de andere zoon Onan.  Ook over hem staat in de NBG geschreven: en Hij (de Here) doodde ook hem.

Kijk ik naar wat er in de Naardense vertaling staat, dan lees ik in beide gevallen: en de Ene (God) laat hem sterven. 

Het woordje “laat” geeft m.i. aan dat God de beiden zonen van Juda over geeft, los laat. Ze niet meer beschermt. Als je iets laat gebeuren dan doe je er niets meer aan of mee. Zo doet God het volgens mij ook. Hij laat ze los. De keuzes die de mannen maken leiden in dit geval naar de dood. Ze stappen uit Gods bescherming. Waar zonde is kan God niet zijn. Ze kiezen voor het klimaat van zonde en dood.

Kort benoem ik deze teksten en de vertalingen om enigszins duidelijk te maken dat het goed is om vertalingen te vergelijken. Maar bovenal vind ik het belangrijk uit te gaan van bepaalde principes, wetmatigheden.  God is in het oude testament niet een andere God dan in het nieuwe testament. God is en blijft dezelfde. We kennen vaak menselijke eigenschappen toe aan God…Dat moet juist andersom. We mogen Goddelijke eigenschappen toe passen, ons eigen maken.

Jezus zegt in onderstaand tekstgedeelte duidelijk wie God is. Kijk maar naar mij, zegt Jezus, dan zie je de Vader. En heeft Jezus ooit iemand vermoord?

Johannes 14: 8- 10

Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? 10 Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. 11 Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. 12 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; 13 en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. 

Een mooi voorbeeld uit het oude testament over hoe God ingrijpt vind ik in onderstaand verhaal. Het staat in Genesis 35. Jakob gaat op verzoek van God opnieuw naar Betel. Voordat Jakob vertrekt vraagt hij, in vers 2, zijn hele huis en allen die bij hem waren: Doe weg de vreemde goden die in uw midden zijn, reinigt u en verwisselt uw klederen.  vers 4: Toen gaven zij Jakob al de vreemde goden die in hun bezit waren, en de ringen die in hun oren waren, en Jakob begroef ze onder de terebint die bij Sichem is. Daarna braken zij op. En de schrik voor God viel op de steden rondom hen, zodat zij de zonen van Jakob niet achtervolgden.

( In het hoofdstuk hiervoor Hfd. 34, moorden twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, alle mannen in de stad waar de verkrachter van hun zus Dina woonde. Ze hadden buiten Jakob om een list bedacht om zich te wreken).

Jakob wordt daarna door God dus aangespoord om op weg te gaan naar Betel. Het gebied te verlaten. Maar eerst dus om alles wat afgoderij is weg te doen en zich te reinigen. Mede na de verkeerde handelswijze van Simeon en Levi. In de Naardense vertaling staat dat: als ze opbreken valt er een verlamming van God over de steden die hen omringen; die hebben niet achter de zonen van Jakob aangejaagd.

God vraagt aan Jakob om zijn huis helemaal”schoon” te maken. Zich te verootmoedigen. God vernietigt daarna niet de volkeren, maar verlamt ze. De satan, Gods vijand, bracht de zonde in de wereld en daarmede de dood.

Dit past m.i. meer bij God.  Ons Godsbeeld is bepalend voor hoe wij de bijbel lezen en begrijpen. Ons Godsbeeld is bepalend voor hoe wij Zijn plan met de mensheid zien. Ons Godsbeeld is sterk beïnvloed door o.a. het calvinisme. Ons Godsbeeld kan sterk beïnvloed zijn door hoe wij onze natuurlijke vader kennen. etc. etc.

God is geen “watje”, Hij draait Zijn spreekwoordelijke hoofd niet af en toe weg. Hij is een rechtvaardig God. Met rechtvaardig en rechtvaardigheid begrijp ik dat Hij alles weer in de “juiste verhouding” zal zetten. Alles zal ooit weer recht komen. Laat dat maar aan God over. Hij heeft het laatste woord.

Kijk daarom naar Jezus. Hij laat zien wie God werkelijk is. Pak die lijn en houd die vast!!